Isla Santiago + Isla Rábida
Wij zijn aangekomen bij Isla Santiago. Isla Santiago (ook wel bekend als San Salvador) is te herkennen aan zijn gevarieerde landschap van zwarte zandstranden en lavavelden. Hier kun je prachtige voorbeelden van lavastromen zien: scherpe en broze A’ā -lava en gladde kronkelige Pahoehoe-stromen. Erosie door zee en wind vermaalt de zwarte lava tot het zwarte zand, waardoor dit ongewone strand is ontstaan.
A’ā -lava is een type basaltische lavastroom met een ruwe brokkelige oppervlakte, bestaande uit scherpe stekelige lavablokken genaamd ‘clinkers’. Het is dikker en stroperiger dan Pahoehoe-lava, waardoor het langzamer stroomt, maar wel een dichte hete kern heeft. Bij afkoeling vormt het een onbegaanbaar onregelmatig terrein.
Pahoehoe-lava is een type vloeibare basaltische lava met een lage stroperigheid dat bekend staat om zijn gladde touwachtige (ropy) of golvende (billowy) oppervlaktestructuren. Het is de “gladde” tegenhanger van de ruwe A’ā lava en kan lange afstanden afleggen, vaak in lava tunnels, omdat het minder afkoelt en stolt dan andere lavatypes.
Vanmorgen zijn wij naar James Bay en Puerto Egas geweest aan de noordwestkust van Isla Santiago.

Puerto Egas was ooit de locatie van een zoutmijn, maar staat tegenwoordig bekend om zijn zwarte zandstrand, grotten en een kolonie pelsrobben (fur seals). Een rustig pad voert door het onwereldse landschap van zwarte lavastromen naar de grotten. Deze grotten zijn het leefgebied van de schuwe pelsrobben, die gemakkelijk te onderscheiden zijn van zeeleeuwen door hun glanzende vacht, terwijl ze op de rotsen liggen of rond de grotten zwemmen.

Er is een natuurlijke lavabrug.

Puerto Egas is ook het leefgebied van de bijzondere Galapagoshaviken en de snelle Galapagos-lavahagedissen. Daarnaast zijn er grote populaties zeeleguanen.

Ten zuiden van het strand ligt de Sugarloaf-vulkaan, die lagen vulkanisch tufsteen bevat, hetzelfde materiaal dat heeft bijgedragen aan de vorming van het zwarte zandstrand.
El Cráter ligt net ten noorden van deze locatie en heeft een zoutwaterlagune, die tijdens het droge seizoen in de zomer verandert in een zoutmijn. Tussen 1928 en 1930 vond de eerste zoutwinning plaats, maar deze pogingen waren van korte duur. In 1964 werd een nieuwe poging ondernomen, die wel enige tijd standhield.
Na de wandeling zijn wij terug gegaan naar een zwart zandstrand waar we konden snorkelen. Zie hier de beste van onze snorkel foto’s
Na de lunch zijn we naar onze volgende bestemming gevaren: Isla Rábida. Onderweg zwommen de dolfijnen met ons mee. Dit is zo leuk om te zien. Het zou leuk zijn om met dolfijnen te zwemmen.

Isla Rábida is een klein vulkanisch eiland en staat bekend om zijn opvallende rode zandstranden en kliffen. De rode kleur van de rotsen en het zand op het strand is het gevolg van het hoge ijzergehalte in de lava en het zeer poreuze vulkanische materiaal, dat met behulp van omgevingsfactoren (regen, zout water en zeewind) als oxidatiemiddel heeft gewerkt.

Achter het rode zandstrand is een kustlagune en je kunt er een rondwandeling maken. De afstand van de wandeling is ongeveer 1,1 kilometer.

Ze hadden gezegd dat snorkelen een must is na het bezoek aan Isla Rábida. Dat hebben wij dan ook gedaan. Langs de rotsachtige kustlijn hebben wij veel vissen, zeeleeuwen en zelfs white tip reef sharks gezien. Eerst vonden wij het eng om boven de haaien te snorkelen. Maar de haaien bleven diep onder ons in cirkels zwemmen. Zie hier onze beste snorkel foto’s.